Geke´s corona-ervaring: Taai en slopend en leerzaam

Het was eind april en de intelligente lockdown lag al ruim een maand als een dikke, verstikkende deken over Nederland. Ook voor mij was het leven een stuk saaier geworden. Niet meer gezellig eten bij vrienden. Niet meer op vrijdagavond de stad in om het weekend te vieren. Niet meer met de trein naar het noorden om een nachtje bij mijn ouders te logeren. Gelukkig ging mijn werk op een kleinschalige bejaardenwoning wel door, anders was ik thuis flink tegen de muren opgelopen. Helaas zou mijn werk ook de plek zijn waar ik corona opliep.

Gastblog door Geke van Taalgeek

corona ervaring

Hallo Marstyle-lezers! Mijn naam is Geke, ik ben 27 jaar en in het dagelijks leven werk ik niet alleen in de zorg, maar ben ik ook tekstschrijver (www.taalgeek.nl). Hier lees je mijn verhaal. Hoe ik corona kreeg, hoe de weken voorbij gingen en ik langzaam tegen de keiharde waarheid aanliep: dit is geen gewoon griepje. Dit kan nog wel eens heel lang gaan duren.

Hoe ik ziek werd

Werken met een mondkapje op is geen pretje, merkte ik zaterdagochtend 25 april. De dag ervoor was het eerste geval van corona op mijn werk geconstateerd en dus werden er nu maatregelen genomen. Iedereen die in de woning van de coronapatiënt was geweest, moest een mondkapje dragen. Toen ik zondagmiddag 26 april begon te hoesten en een lichaamstemperatuur boven de 37 graden mat, kwam dit dus niet als een verrassing. Ikzelf had niet voor de bewoner met corona gezorgd, maar in de dagen tussen zijn eerste ziekteverschijnselen en het moment dat hij werd aangemerkt als ‘verdacht van corona’, was hij door een aantal collega’s gewassen en verzorgd zonder dat zij beschermingsmiddelen droegen. En bij die collega’s was ik wel in de buurt geweest. Er was dus een kans dat ook ik, via via, corona had opgelopen.

In de loop van de volgende ochtend begon ik me zo beroerd te voelen dat ik mijn Koningsdag-festiviteiten afzegde en heb gedaan waar ik het allermeest zin in had: in bed liggen. Ik had spierpijn in m’n hele lijf en was moe, alsof ik drie marathons had gelopen. De rest van die week kwam ik nauwelijks m’n bed meer uit. Met moeite appte ik vrienden welke boodschappen ik nodig had en smeerde ik af en toe een boterham voor mezelf. Aan het einde van die eerste week was de spierpijn weg, maar was ik nog steeds moe en hoestte en snotterde ik erop los. Ik had het gevoel dat ik een week van mijn leven had verslapen.  

Dit was nog maar het begin. Toen ik op zaterdag 2 mei mijn testuitslag terugkreeg van de GGD, schrokken veel mensen in mijn omgeving daarvan. Nu was het officieel: ik had corona. Zelf was ik eigenlijk wel opgelucht. Nu wist ik wat het was, kon ik nog een weekje uitzieken en zou daarna het leven weer doorgaan. Dacht ik …

In isolatie

In totaal heb ik drie weken in isolatie gezeten: van 27 april tot 19 mei. Ik kwam niet buiten en ontmoette geen mensen, behalve via telefoon of door het raam. Lieve vrienden en familieleden zetten een paar keer per week een tas boodschappen of een bakje warm eten voor mijn deur. Op trillende beentjes deed ik af en toe een afwas. Ik zette potten thee voor mezelf in plaats van een enkele kop, zodat ik maar een keer heen en weer hoefde te lopen naar de keuken (dat is nog geen tien meter). Douchen was een dagtaak.

Ondanks dit alles voelde ik me op dat moment niet heel eenzaam. Er kwamen zoveel lieve berichten van mensen die me beterschap wensten. Zoveel mensen die hulp aanboden. Daardoor heb ik me wel alleen, maar zelden eenzaam of hulpeloos gevoeld. De schaarse uren dat ik wakker was, vermaakte ik me prima met de boeken van de Luisterbieb-app, onder andere ‘Running like a girl’ van Alexandra Heminsley.

In de derde week heb ik de Netflix-docuserie Cheer in een paar dagen uitgekeken. Op de een of andere manier deed het me goed om te horen en te zien wat mensen kunnen doen met hun gezonde lichamen. Marathons lopen, bizarre acrobatische sprongen doen. Het gaf me hoop dat ik op een dag ook weer zou kunnen hardlopen, yoga zou kunnen doen en mijn geliefden zou kunnen knuffelen.

Op dinsdag 19 mei kwam ik na ruim drie weken weer buiten mijn appartementje. Ik heb tien minuten om het flatgebouw heengelopen en kwam uitgeput maar tevreden weer thuis. Het was gelukt. Dit was ook de dag dat ik mijn manager voor het eerst weer sprak sinds ik ziek was geworden. Ze vertelde dat ze me voor de rest van de maand had uitgeroosterd. Een beetje overdreven vond ik dat, al zei ik het niet. Ik zou toch geen hele maand ziek zijn?

>> Zie ook Geke’s blog ‘Wat corona mij heeft geleerd’ over haar weken in isolatie.

Revalideren 

Het gekke van corona is: niemand kan je iets vertellen over wat overdreven en wat realistisch is. Achteraf was de actie van mijn manager totaal niet overdreven. Sterker nog, als alles volgens planning gaat, ben ik straks niet één maar drie maanden uitgeroosterd geweest voordat ik weer volledig kan meedraaien op mijn werk.

Gelukkig wist ik dit van tevoren niet, want dan was de moed me diep in de schoenen gezonken. Het lukte me die eerste weken aardig goed om bij de dag te leven. Ik sliep, ik las, ik keek, ik luisterde alles wat los en vast zat en belde af en toe een half uurtje met een vriend(in) of familielid. Dat laatste lukte in het begin nauwelijks vanwege de kortademigheid, maar langzaam ging het beter. Ondanks dat ik me dus niet verveelde, had ik af en toe wel een inzinking. Dan vroeg ik me af hoe lang ik nog ziek zou zijn en of ik ooit weer helemaal gezond zou worden. Ik werd heen en weer getrokken tussen hoopvolle en angstige, neerslachtige gedachten. Het enige wat ik kon doen was rust nemen, gezond eten en hopen dat ik beter zou worden.

Na een week van kleine rondjes wandelen, besloot ik de hulp van een fysiotherapeut in te roepen. In de corona-lotgenotengroep op Facebook werd dit aangeraden. Het was ook echt nodig, want sommige van mijn spieren waren totaal verslapt en in onbruik geraakt. Toen ik een rondje probeerde te fietsen, merkte ik ineens dat je daar niet alleen je benen voor nodig hebt, maar ook je armen en je rompstabiliteit (rug- en buikspieren). Het kostte me enorm veel moeite. Na anderhalve week netjes elke dag fysio-oefeningen doen en wekelijks een half uur oefeningen doen in de fitnessruimte van de fysio ging het fietsen een stuk makkelijker.

Sommige dagen was ik optimistisch, voelde ik me goed. Dat was heel fijn, maar zorgde er soms ook voor dat ik meer deed dan mijn lichaam eigenlijk aankon. Het lastige was dat ik dat vaak pas een dag later merkte. In week zes had ik bijvoorbeeld besloten dat ik dat ik wel even bij een vriendin thee kon gaan drinken. Zij woont twintig minuten fietsen bij mij vandaan en zit zelf al sinds eind maart thuis met corona. Ik had veel met haar gebeld in de weken dat we allebei ziek waren en had erg veel zin om haar weer eens in het echt te zien. Ik ben dus op een zaterdagmiddag naar haar toe gefietst en heb ook diezelfde avond nog een filmpje gekeken met een andere vriendin, die tien minuten fietsen bij me vandaan woont.

Het leverde me drie dagen extreme moeheid op. Huilend belde ik m’n moeder. Ik kon niet meer. Ik voelde me zwak en totaal ontmoedigd, alsof ik nooit meer beter zou worden en gedoemd was mijn dagen alleen in bed door te brengen.

Terugkijken en vooruit kijken 

Zulke terugslagen horen bij revalidatie, weet ik nu. Soms doe je twee stappen vooruit en dan weer een terug, om vervolgens weer twee stappen vooruit te doen. Ik ben dan ook enorm blij dat ik vandaag, bijna twee maanden na mijn eerste ziektedag, kan zeggen dat er alle reden is om te denken dat ik weer helemaal gezond zal worden. De huisarts heeft vandaag naar mijn longen en hart geluisterd en de nodige controles gedaan (pols, bloeddruk en saturatie). Alles was uitstekend. Thank God.

Dit betekent niet dat ik er alweer helemaal ben. Ik ga nog maar een paar uurtjes per dag naar m’n werk en kan daarnaast alleen het hoognodige huishoudelijk werk doen. Ik slaap elke nacht nog minimaal negen uur en houd elke dag siësta. Ik ben nog niet de oude en ik verwacht dat dat nog wel een paar maanden zal duren. Eindelijk kan ik realistisch kijken naar mijn eigen gezondheid en ontken ik niet meer dat dit langer duurt dan ik leuk vind.

 

Want dat doet het natuurlijk wel. Het duurt veel te lang. Corona is een kloteziekte en ze heeft me maanden van m’n leven gekost. En daarmee ben ik nog één van de milde gevallen. Dat realiseer ik me best. Ik heb nog grotendeels voor mezelf kunnen zorgen, ik ben niet erg benauwd geweest en ben na 8 weken alweer een beetje aan het werk.  

Dat ik een milde versie van corona heb gehad, wil evenwel niet zeggen dat het een pretje was. De afgelopen maanden waren taai en saai en bij tijden héél erg frustrerend. Ook merk ik nu ik weer mijn vrienden en familie kan ontmoeten, dat ik hen meer heb gemist dan ik op het moment zelf besefte. Toch geloof ik dat elke situatie waar je in terecht komt je iets kan leren over het leven. Ik heb bijvoorbeeld ontdekt dat mijn vrienden me te hulp schieten als ik daarom vraag. Dat ik urenlang, dagenlang alleen kan zijn, zonder gek van mezelf te worden. Dat mijn meest deprimerende gedachten niet altijd waarheid worden. Dat mijn lichaam een flinke klap kan krijgen, maar daarna ook weer gezond kan worden. En als laatste heb ik geleerd dat, alhoewel ik goed alleen kan zijn, ik ervan houd om het leven te delen met mensen. Dus dat doe ik bij dezen – en hopelijk nog heel vaak.  

Dankjewel Geke, voor het delen van je verhaal. Ik herken er ontzettend veel in als mede lid van de siësta-club! Wens jou een voorspoedig herstel. En milde klachten? Dat is nogal een understatement inderdaad wanneer je maandenlang bezig bent om te revalideren.

Ook je verhaal delen? Mail naar blog@marstyle.nl jouw corona ervaring. 

Meer lezen:

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.